Dwangsom verbeurd; of toch niet?
Indien een partij in een gerechtelijke procedure veroordeeld is om iets te doen (bijvoorbeeld om haar medewerking te verlenen aan iets), kan de rechter besluiten om hier een dwangsom aan te verbinden. Als de partij zich dan niet aan het vonnis houdt, verbeurt zij een dwangsom. De andere partij zal deze dwangsom dan aanzeggen. Een vereiste is wel dat het vonnis of de beschikking waarmee toestemming was gegeven om beslag te leggen, bij de veroordeelde partij betekend is. De veroordeelde partij die van mening is dat er geen dwangsom is verbeurd, kan de rechter verzoeken om een oordeel te geven over de vraag of er een dwangsom verschuldigd is.
In een recente zaak tussen werkgever en werknemer heeft de werkgever verlof gekregen om conservatoir bewijsbeslag te leggen. De werknemer moest hiervoor medewerking verlenen, op straffe van een dwangsom. De werkgever was van mening dat de werknemer geen medewerking heeft verleend. Hiervoor is – onder andere – relevant dat de werknemer de goederen waar beslag op zou worden gelegd, net voor betekening van de beschikking over de schutting heeft gegooid.
Belang tijdige betekening
Uit deze uitspraak (in kort geding) blijkt hoe groot het belang is van een tijdige betekening van een vonnis of beschikking. De rechter oordeelde dat het gedrag van de werknemer merkwaardig was te noemen. Uit het proces-verbaal bleek echter niet wat de werknemer na het betekenen van het vonnis precies heeft gedaan of nagelaten, wat kon worden aangemerkt als het niet verlenen van medewerking. De werkgever mag daarom geen maatregelen treffen om de dwangsom te incasseren, totdat er in een bodemprocedure wordt beslist over de vraag of er een dwangsom is verschuldigd.