Compensatie lijfrenteverzekering geen onbelaste schadevergoeding
Een man heeft in 1995 een kapitaalverzekering afgesloten bij een verzekeraar, die hij in 2015 aanwendt voor de verwerving van een lijfrentebeleggingsrecht. In dat jaar start hij ook een klachtprocedure tegen de verzekeraar vanwege geleden vermogensschade door de gehanteerde kosten- en risicostructuur. In 2019 komt hij met de verzekeraar een bruto tegemoetkoming van € 7.000 overeen. De verzekeraar renseigneert hiervan € 5.500 als lijfrente-uitkering en houdt hier € 2.016 loonheffing op in. De overige € 1.500 is een onbelaste tegemoetkoming in de proceskosten. De man stelt echter dat de gehele tegemoetkoming onbelast is.
Hof Den Bosch oordeelt dat de inspecteur terecht het bedrag van € 5.500 als lijfrente-uitkering tot het box-1-inkomen heeft gerekend. De tegemoetkoming houdt direct verband met de aangegane kapitaalverzekering. Hierdoor maakt de tegemoetkoming onderdeel uit van de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. De tegemoetkoming kwalificeert als een compensatie voor de destijds afgesloten kapitaalverzekering en is uitbetaald ter vervanging van gederfde periodieke uitkeringen en verstrekkingen dan wel als nabetaling van de periodieke uitkeringen en verstrekkingen zelf. Uit de door de man overgelegde bewijsstukken, blijkt niet dat de tegemoetkoming een onbelaste immateriële schadevergoeding is.