Het verplichtstellingsbesluit van Bpf MITT kent geen expliciet hoofdzaakcriterium. Dit wil echter niet zeggen dat elke onderneming die ooit een kledingstuk bewerkt, automatisch onder de werkingssfeer valt. Integendeel, de cao-norm – het standaard uitlegcriterium voor verplichtstellingsbesluiten – brengt met zich mee dat er een zekere ondergrens is. Anders zouden ondernemingen die vrijwel niets met de bedrijfstak te maken hebben tóch als verplicht deelnemer worden aangemerkt. Het hof zal nog wel moeten bepalen welk percentage aan omzet of tijdsbesteding precies ziet op het door de Hoge Raad benoemde begrip ‘verwaarloosbaar’.

Terugdraaien verplichte aansluiting

Veel werkgevers zijn de afgelopen jaren door het bestuur van Bpf MITT gedwongen om zich (vaak met terugwerkende kracht) aan te sluiten, terwijl de omzet en tijdsbesteding aan Bpf MITT-activiteiten ‘verwaarloosbaar’ is. Er zou dan sprake kunnen zijn van een onverschuldigde aansluiting en een onverschuldigde premiebetaling. Dat zal dan teruggedraaid moeten worden door Bpf MITT.