Pensioen

Op zoek naar de ondergrens bij werkingssfeerbepalingen pensioenfonds

gepubliceerd op: 02 juni 2026

Moet een groothandel in schoonmaak- en hygiëneartikelen die als bijzaak bedrijfslogo’s op werkkleding borduurt, verplicht deelnemen aan een bedrijfstakpensioenfonds voor de textielindustrie, Bpf MITT? In dit kader heeft de Hoge Raad op 22 mei 2026 een principieel arrest gewezen over de uitleg van verplichtstellingsbesluiten. De kern van de uitspraak is dat “niet als werkgever kan worden aangemerkt de onderneming die in verhouding tot haar totale activiteiten, omzet, loonsom en/of arbeidsuren slechts op verwaarloosbare schaal activiteiten verricht zoals genoemd in het verplichtstellingsbesluit”.

 

Het verplichtstellingsbesluit van Bpf MITT kent geen expliciet hoofdzaakcriterium. Dit wil echter niet zeggen dat elke onderneming die ooit een kledingstuk bewerkt, automatisch onder de werkingssfeer valt. Integendeel, de cao-norm – het standaard uitlegcriterium voor verplichtstellingsbesluiten – brengt met zich mee dat er een zekere ondergrens is. Anders zouden ondernemingen die vrijwel niets met de bedrijfstak te maken hebben tóch als verplicht deelnemer worden aangemerkt. Het hof zal nog wel moeten bepalen welk percentage aan omzet of tijdsbesteding precies ziet op het door de Hoge Raad benoemde begrip ‘verwaarloosbaar’.

Terugdraaien verplichte aansluiting

Veel werkgevers zijn de afgelopen jaren door het bestuur van Bpf MITT gedwongen om zich (vaak met terugwerkende kracht) aan te sluiten, terwijl de omzet en tijdsbesteding aan Bpf MITT-activiteiten ‘verwaarloosbaar’ is. Er zou dan sprake kunnen zijn van een onverschuldigde aansluiting en een onverschuldigde premiebetaling. Dat zal dan teruggedraaid moeten worden door Bpf MITT.

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.