Geen deelnemingsvrijstelling bij misbruik volgens Europees Hof van Justitie
Het Europees Hof van Justitie moest oordelen in een zaak (Nordcurrent) waarbij in Litouwen de deelnemingsvrijstelling werd geweigerd op in 2018 en 2019 ontvangen dividenden van een deelneming in het Verenigd Koninkrijk wegens misbruik. De Belastingdienst in Litouwen is van mening dat sprake is van misbruik, omdat de Engelse dochter weinig personeel, beperkte materiële middelen en geen eigen kantoorruimte had. De weigering van de Litouwse fiscus lijkt opmerkelijk, aangezien het tarief in Litouwen 15% is en in het Verenigd Koninkrijk 25%.
De antimisbruikbepaling in de Moeder-dochterrichtlijn (Mdr) staat toe dat een lidstaat aan een moedermaatschappij geen deelnemingsvrijstelling verleent voor dividenden van een dochteronderneming in een andere lidstaat als die dochteronderneming een kunstmatige constructie is. Dit oordeelt het Hof. De Litouwse rechter stelde de volgende vragen aan het Europees Hof:
- Mag een lidstaat de vrijstelling weigeren als de dochtermaatschappij geen doorstroomvennootschap is, maar toch als kunstmatige constructie wordt gezien?
- Mag alleen gekeken worden naar de situatie op het moment van dividenduitkering?
- Is de kwalificatie als kunstmatige constructie voldoende om misbruik aan te nemen?
Antwoorden Hof
Ad 1) Ja, volgens het Hof mag een lidstaat de vrijstelling weigeren als er sprake is van een kunstmatige constructie zonder geldige zakelijke redenen, opgezet met als (hoofd)doel een belastingvoordeel te verkrijgen dat het doel van de richtlijn ondermijnt
Ad 2) Nee, de beoordeling mag niet beperkt blijven tot het moment van dividenduitkering. Ook eerdere omstandigheden moeten worden meegewogen.
Ad 3) Nee, de enkele kwalificatie als kunstmatige constructie is niet voldoende. Er moet ook sprake zijn van een subjectief element: het doel om een belastingvoordeel te verkrijgen dat indruist tegen de richtlijn.
Het Hof geeft in deze casus geen oordeel maar laat de toetsing over aan de rechter in Litouwen.
Let op: bij de introductie van de antimisbruikbepaling in de Mdr werd aangegeven dat deze antimisbruikbepaling géén invloed zou hebben op de nationale deelnemingsvrijstellingen. De Europese rechter heeft daar nu dus anders over geoordeeld.
Neem voor vragen contact op met Raymond Terpstra, internationaal fiscalist.