volgens de rechtbank zijn bij de belangenafweging de gevolgen van de hoge belastingrentetarieven (8% en 10%) voor vpb-ondernemers onderbelicht gebleven. de regelgever heeft dan ook niet in redelijkheid tot de betrokken regel kunnen komen. de rechtbank verklaart het besluit belasting- en invorderingsrente daarom onverbindend, maar geeft aan dat het niet aan haar is om aan te geven wat wél een evenredig rentepercentage is. de belastingrente wordt verminderd tot € 632 conform het herzieningsverzoek van de bv.
verhoging belastingrente vpb in strijd met evenredigheidsbeginsel
Gepubliceerd op: 11 september 2025
een bv verzoekt in november 2023 om een voorlopige vpb-aanslag voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023. de inspecteur legt de voorlopige vpb-aanslag op 2 december 2023 op, waarbij hij ook € 1.658 belastingrente in rekening brengt. de bv stelt dat deze rente € 623 moet bedragen, maar de inspecteur blijft bij zijn standpunt. de bv gaat in beroep en stelt dat de rentepercentages over 2023 (8%) en 2024 (10%) in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. daarbij verwijst zij naar de uitspraak van rechtbank noord-nederland. rechtbank den haag gaat hierin mee. bij de bepaling van de hoogte van de belastingrente zijn vooral budgettaire belangen meegewogen.