De betrokkenen verzoeken onder meer om de selectiebeslissing van het onderzoek, inzage in de logging op grond van de AVG en het afgeven van een informatiebeschikking. Ondanks herhaalde verzoeken en geboden termijnen verstrekken betrokkenen volgens eigen zeggen niet alle benodigde informatie. In augustus 2026 leveren ze alsnog een deel van de stukken aan en zeggen ze hun medewerking toe. Omdat de informatieverstrekking volgens de Belastingdienst onvolledig blijft, vordert deze bij de voorzieningenrechter dat de betrokkenen alsnog volledig meewerken aan de informatieverzoeken en de boekenonderzoeken.

Verplicht informatie overleggen

De rechtbank Limburg stelt voorop dat belastingplichtigen op grond van de AWR verplicht zijn om gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. De Belastingdienst heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat nog informatie ontbreekt die beschikbaar is of relatief makkelijk kan worden verkregen. Het verweer dat bepaalde stukken mogelijk onder een civiel beslag vallen, slaagt niet. Het argument dat de Belastingdienst eerst een informatiebeschikking had moeten afgeven, wordt verworpen. Artikel 52a lid 4 AWR maakt het voor de Belastingdienst mogelijk om via een civielrechtelijk kort geding nakoming van de informatieverplichtingen af te dwingen, met oplegging van een dwangsom.

De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe. De betrokkenen moeten de gevraagde stukken verstrekken, volledig meewerken aan de boekenonderzoeken en eventuele vervolgvragen binnen een redelijke termijn beantwoorden. Wel geeft de rechter nadrukkelijk aan dat het op grond van het rechterlijke bevel verstrekte wilsafhankelijke materiaal uitsluitend mag worden gebruikt voor de belastingheffing – en niet voor fiscale beboeting of strafvervolging.

Tip

Wordt jouw klant geconfronteerd met een kort geding? Zet dan goed gemotiveerd uiteen waarom de inspecteur voor een andere route had moeten kiezen. De inspecteur moet zijn keuzes kunnen motiveren aan de hand van de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder proportionaliteit en subsidiariteit. De rechter kan de gemaakte keuze inhoudelijk beoordelen bij een concrete, goed onderbouwde argumentatie.