De belastingplichtige heeft in de aangifte het inkomen in box 1 en in box 3 aangegeven als nihil. De inspecteur behandelt deze aangifte als een bezwaarschrift. De inspecteur gaat in de beroepsfase uiteindelijk met dat standpunt mee, maar handhaaft de verzuimboete. De zaak komt terecht bij rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Verzuimboete terecht?
De rechtbank beoordeelt of de verzuimboete terecht is opgelegd. Op grond van de toepasselijke regels kan een verzuimboete worden opgelegd als een belastingplichtige die is uitgenodigd om aangifte te doen, dat niet – of niet tijdig – doet binnen de in de aanmaning gestelde termijn. De inspecteur moet in eerste instantie aannemelijk maken dat de brieven naar het juiste adres zijn verzonden. In deze zaak heeft de inspecteur geen bewijs overgelegd van verzending van de uitnodiging en aanmaning. Hij heeft alleen kopieën van de brieven verstrekt, en gesteld dat deze naar het bij hem bekende correspondentieadres zijn verzonden. Dat is volgens de rechtbank onvoldoende. Omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitnodiging en aanmaning de belastingplichtige hebben bereikt, kan niet worden vastgesteld dat de belastingplichtige in verzuim is geweest. De rechtbank vernietigt daarom de verzuimboete.
Tip
Deze uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak, maar onderstreept het belang van het opvragen van de stukken die betrekking hebben op de zaak, waaronder de verzendadministratie. Let vooral op de postadministratie van de Belastingdienst; check of er een verzendbewijs van de uitnodiging tot het doen van aangifte en de latere aanmaning in de stukken zit. Ontbreken deze stukken, dan heeft je cliënt een goede grond voor bezwaar tegen de opgelegde verzuimboete.