Waardeaangroei vruchtgebruik woning belast in box 3
Gepubliceerd op: 12 februari 2026
Een man woont in 2017 en 2018 in België. Hij bezit het recht van vruchtgebruik van een in Nederland gelegen woning. Deze woning werd in 2017 en 2018 niet verhuurd. In 2017 is het vruchtgebruik in waarde gestegen en in 2018 gedaald. Volgens de man moet het box-3-inkomen in beide jaren op nihil worden gesteld. De inspecteur meent dat alleen voor 2018 het box-3-inkomen op nihil moet worden gesteld. Hij verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024. De rechtbank geeft de man gelijk, maar Hof Den Bosch oordeelt anders en geeft het gelijk alsnog aan de inspecteur.
De rechtbank is volgens het hof voor 2017 ten onrechte van een nihil-inkomen uit sparen en beleggen uitgegaan. Uit de Hoge Raad-uitspraak van 20 december 2024 volgt dat ook ongerealiseerde waardeveranderingen van vermogensbestanddelen in box 3 tot het werkelijke rendement behoren. Ook volgt uit deze uitspraak dat de waarde van het eigen gebruik op nihil moet worden gesteld. Voor 2018 is de woning niet in waarde gestegen en het inkomen uit het vruchtgebruik is terecht op nihil gesteld.