Overgenomen negatief kapitaal dochter niet ten laste van stakingswinst vader
Een vader heeft met zijn dochter en een nicht een vof in meubelen en woningtextiel. In het vof-contract is onder meer bepaald dat de vennoten een eventueel negatief kapitaal moeten aanzuiveren. De vof is per 1 juli 2015 opgeheven vanwege voortdurende negatieve resultaten en de onderneming is eind 2016 gestaakt. De vader heeft in zijn IB-aangifte 2016 een buitengewone last aangegeven vanwege de overname van het negatieve kapitaal van zijn dochter. Volgens de inspecteur ontbreken hiervoor de zakelijke gronden. Hij corrigeert daarom de stakingswinst van de vader. Hof Arnhem-Leeuwarden gaat hierin mee.
De vader geeft aan dat de vof moest worden ontbonden vanwege de voortdurende negatieve resultaten. Dit was volgens hem niet mogelijk, omdat de dochter haar negatieve kapitaal niet kon aanzuiveren met eigen middelen. Daarom heeft hij het negatieve kapitaal van zijn dochter overgenomen en de daaruit ontstane vordering op zijn dochter direct kwijtgescholden.
Het hof stelt vast dat alleen de dochter een negatief kapitaal had in de vof. De vader maakt niet aannemelijk dat hij zijn dochter een lening heeft verstrekt, waarmee zij haar negatieve kapitaal heeft aangezuiverd.
Bovendien kon de vof volgens het hof wel worden ontbonden zonder aanzuivering door de dochter. Daarbij zouden de nicht en de vader een vordering hebben gekregen op de dochter. Nu de vader het volledige negatieve kapitaal van zijn dochter heeft overgenomen, heeft hij feitelijk ook de vordering van de nicht op zijn dochter overgenomen. Daarbij heeft hij niet zakelijk gehandeld. Tot overname is hij namelijk niet verplicht op grond van de vennootschappelijke verhoudingen. Bovendien heeft hij hiervoor geen tegenprestatie bedongen van de nicht.
Geen buitengewone last
Voor zover het zijn eigen vordering op zijn dochter betreft, maakt de vader niet aannemelijk dat zij op het moment van de ontbinding van de vof niet beschikte over middelen om de lening terug te betalen. Daarbij komt dat er na de ontbinding van de vof verdiencapaciteit bij de dochter is vrijgekomen om vermogen op te bouwen.
Het hof concludeert hieruit dat noch de kwijtschelding van de vordering van de vader op zijn dochter noch de kwijtschelding van de overgenomen vordering van de nicht op zijn dochter tot een buitengewone last leidt die in mindering komt op de stakingswinst van de vader.