Fiscaal

Herinvesteringsvoornemen niet aannemelijk gemaakt - vrijval HIR

Een bv beheert en exploiteert onroerende zaken. Zij verkoopt in 1998 een onroerend goed en voegt de verkoopwinst toe aan een vervangingsreserve (sinds 2001: HIR). De inspecteur laat deze HIR in 2002 vrijvallen, omdat de bv geen herinvesteringsvoornemen heeft. Terecht, aldus Hof Den Bosch. De bv heeft weliswaar in 2000 een contract voor een investeringsproject ondertekend, maar sindsdien zijn er geen activiteiten ontplooit om grond te verwerven. Ook de verwijzing naar haar doelstelling (het beheren en exploiteren van onroerende zaken) is onvoldoende om een herinvesteringsvoornemen aannemelijk te achten.