Fiscaal

Geruisloze inbreng verhuurde onderneming in nieuwe bv

Geruisloze inbreng verhuurde onderneming in nieuwe bv

Een ondernemer verkoopt via zijn eenmanszaak motorbrandstoffen en shopartikelen. Daarnaast exploiteert hij een carwash en verhuurt hij een caravan. Vanaf juli 2010 verhuurt hij deze onderneming aan een door hemzelf opgerichte bv. Op 29 maart 2018 richt de ondernemer een nieuwe bv op, waarin hij de verhuurde onderneming inbrengt. Daarbij verzoekt hij om toepassing van de geruisloze inbrengfaciliteit. De inspecteur wijst dat verzoek af. Ten onrechte, oordeelt Hof Amsterdam. De ondernemer blijft namelijk, als medegerechtigde tot het vermogen van de onderneming, vanaf juli 2010 winst uit onderneming genieten.

Het hof acht van belang dat de maximale huurperiode 15 jaar bedraagt. Na afloop van de huurperiode vallen de tot de verhuurde onderneming behorende vermogensbestanddelen (de mogelijk aanwezige stille reserves en goodwill daarbij inbegrepen) weer toe aan de ondernemer. De ondernemer blijft dus belang houden bij waardeverandering van die vermogensbestanddelen. Daarbij komt dat de ondernemer voorafgaand aan de verhuur de onderneming zelf dreef. De medegerechtigdheid vormt daarom een rechtstreekse voortzetting van zijn eerdere gerechtigdheid als ondernemer.