Was de notariële schenking wel echt teruggedraaid?
In 2008 ontvangt Stefje een (notariële) schenking op papier van haar ouders voor een bedrag van € 22.379. In de aangifte schenkbelasting doet zij een beroep op de eenmalige verhoogde vrijstelling. In 2017 komen Stefje en haar ouders overeen om de schenking te laten vervallen. De eenmalige verhoogde vrijstelling voor de eigen woning is toch wel aantrekkelijker. Vervolgens schenken de ouders in 2018 en 2019 bedragen en Stefje doet een beroep op de verhoogde vrijstelling voor de eigen woning. Maar kan dat wel? Is de schenking uit 2008 echt teruggedraaid?
De inspecteur is van mening dat de schenking uit 2008 niet is teruggedraaid door de vervallenverklaring. Volgens de schenkingsovereenkomst was er geen mogelijkheid tot herroeping. Gevolg is dat de schenking uit 2008 blijft bestaan en dat de inspecteur over 2018 en 2019 schenkbelasting naheft. De verhoogde schenkvrijstelling voor de eigen woning komt namelijk fors lager uit door de schenking in 2008.
Herroepelijke schenking?
Stefje doet bij de rechtbank nog een beroep op een Kennisgroep Standpunt over herroepelijke schenkingen. Ook al is het standpunt niet een-op-een toepasbaar, de rechtbank is redelijk en keurt het beroep goed. De inspecteur is het er niet mee eens en gaat bakzeil halen bij Hof Den Bosch. Dat hof is namelijk een stuk strenger dan de rechtbank en oordeelt dat de schenking niet herroepbaar was, waardoor de vervallenverklaring geen nut had. En het beroep op het kennisgroepstandpunt wordt afgewezen, aangezien de situatie van Stefje een andere was dan die in het standpunt. Een dergelijk standpunt moet beperkt worden uitgelegd, omdat het van de wet afwijkt. Helaas voor Stefje. Enige troost in deze zaak is dat zij en haar ouders mogelijkerwijs 10% erfbelasting besparen door de extra schenkingen in 2017 en 2018.