De gehanteerde waarderingsmethode is volgens de rechtbank namelijk niet in overeenstemming met de regelgeving. De Wet WOZ met de bijbehorende Uitvoeringsregeling schrijft voor dat de woningwaarde moet worden vastgesteld door middel van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn (de vergelijkingsmethode). Dat de rechtbank in een procedure over een eerder jaar anders heeft beslist, doet hier niet aan af. De WOZ-waarde moet elk jaar opnieuw worden vastgesteld.

Vervolgens stelt de rechtbank vast dat ook de woningeigenaar de door hem gestelde WOZ-waarde niet aannemelijk maakt. Daarom stelt de rechtbank de WOZ-waarden in goede justitie vast op respectievelijk € 510.000 (2022), € 517.000 (2023) en € 525.000 (2024).