In de onderstaande zaak stond zowel de vraag centraal of een lager loon voldoende was onderbouwd als hoe het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking moet worden vastgesteld.
Een vastgoed-bv betaalde haar dga € 10.386 loon per jaar. Volgens de bv werkte hij acht uur per week. Wie onder het normbedrag wil blijven, moet dit aannemelijk maken. Daar slaagde de bv niet in, want agenda’s, urenoverzichten of andere controleerbare stukken ontbraken. De bv voldeed daardoor niet aan haar bewijslast. De inspecteur vergeleek de dga met een bestuurder van een woningcorporatie in klasse B. Partijen accepteerden deze functie als de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Voor een loon boven het normbedrag moest de inspecteur echter bewijzen dat de uitkomst, gelet op de verschillen, passend was. Dat bewijs ontbrak. De bv zat onderaan de klasse van 0 tot 750 woningen. Zij kocht geen woningen meer en besteedde onderhoud uit. De inspecteur maakte niet concreet hoe deze verschillen in het loon waren verwerkt. Daarom bleef het normbedrag gelden.
Commentaar
Een functievergelijking is pas overtuigend als relevante verschillen zichtbaar doorwerken in het loon.
Tip
Leg de werkzaamheden, verantwoordelijkheden en uren van de dga vast met ondersteunend bewijs. Motiveer waarom de gekozen vergelijkingsfunctie aansluit.
Wil je beoordelen of het gebruikelijk loon goed is onderbouwd? Audrey Brunings is als zelfstandig adviseur loonheffingen verbonden aan Fiscount en kan je hierover adviseren (a.brunings@fiscount.nl of (038) 303 4153).