In de uitspraak van de CRvB van 21 januari 2026 ligt de vraag voor of het UWV terecht doorlopende arbeidsongeschiktheid heeft aangenomen bij een werknemer. Aan deze werknemer is een WIA-uitkering toegekend, maar de vraag is op welk moment het recht op deze uitkering is ontstaan. Het UWV is van mening dat de klachten, nier- en bekkenklachten, voor en na de WAZO aanwezig waren en dat er dus sprake was van een doorlopende periode van arbeidsongeschiktheid.
De CRvB volgt het UWV hier niet. Naar het oordeel van de CRvB was vóór de WAZO vooral sprake van nierklachten en milde bekkenklachten. Ná de WAZO was vooral sprake van ernstige bekkenklachten. Aangezien de bekkenklachten voor de WAZO mild waren, vloeide de arbeidsongeschiktheid niet voort uit dezelfde oorzaak. Consequentie: de periode van 104 weken ging opnieuw lopen vanaf het einde van de WAZO.
Tip
Neem niet te snel aan dat er sprake is van doorlopende arbeidsongeschiktheid, en zorg voor een goede onderbouwing. Neem bij vragen contact op met mr. Gert-Jan van Dijk via gj.vandijk@fiscount.nl of 038-4561900.