Het hof baseert haar oordeel onder meer op de volgende feiten en omstandigheden:
- De werkwijze van de bv is erop gericht om gedateerde panden te moderniseren volgens een standaardconcept om deze vervolgens te verkopen.
- De bv bemoeit zich met de indeling en afwerking van de woningen en schrijft materialen en vaste kleuren en lijnen voor.
- Zij maakt gebruik van materialen, zoals deuren, die door een gelieerde vennootschap in bulk worden ingekocht. Zo kunnen de kosten laag gehouden worden. Voor de keukens maakt zij gebruik van een vaste leverancier die haar vanwege de grote afname korting geeft.
- De bv werkt met vaste aannemers die haar concept kennen.
- Zij zet haar eigen organisatorische en technische kennis in om de renovaties naar het gewenste resultaat te brengen.
Op grond van deze feiten en omstandigheden kwalificeert de bv als eigenbouwer. Daarvoor is het niet vereist dat de bv de werkzaamheden zelf geheel of gedeeltelijk feitelijk uitvoert of kan uitvoeren. Voldoende is dat de algehele leiding bij het tot stand brengen van de stoffelijke werken bij haar berust. De btw-naheffingsaanslagen blijven in stand.