Rechtbank Den Haag oordeelt dat het gebruik van het risicoselectiemodel ‘OB Negatief’ bij de bv niet onrechtmatig is. De besluitvorming vindt namelijk niet volledig geautomatiseerd plaats en het risicoselectiemodel wordt op de juiste wijze gebruikt. Na de uitworp door het selectiemodel volgt een zogenaamde kantoortoets. Een gekwalificeerde medewerker van de Belastingdienst heeft daarbij geoordeeld dat een boekenonderzoek bij de bv nodig was. Daarna waren er signalen om de controle uit te breiden naar meerdere jaren. De op het boekenonderzoek gebaseerde correcties zijn voldoende onderbouwd en terecht toegepast. Ook de vergrijpboetes zijn terecht en naar het juiste bedrag opgelegd. De bv heeft geen concrete feiten of omstandigheden benoemd, laat staan aannemelijk gemaakt, op grond waarvan wel aan de juistheid van het door de inspecteur aangevoerde zou moeten worden getwijfeld.
Noodzaak inzet ‘OB negatief’
De Belastingdienst ontvangt jaarlijks zo’n 2,6 miljoen negatieve btw-aangiften. Daardoor kunnen niet alle negatieve btw-aangiften handmatig worden beoordeeld. Ook wil de Belastingdienst ondernemers niet onnodig belasten met het aanleveren van bewijsstukken. Daarom richt de handmatige beoordeling zich vooral op de btw-aangiften waarvan door middel van het algoritme ‘OB negatief’ is ingeschat dat ze een hogere kans hebben onjuist te zijn. Dit selectiesysteem maakt optimaal gebruik van de relevante gegevens, zoals de ingevulde bedragen in de btw-aangifte. De selectie door ‘OB negatief’ vindt altijd op dezelfde wijze plaats. Dat zorgt voor een efficiënte en consistente selectie. De gegevensverwerking door ‘OB negatief’ wordt ook periodiek getoetst aan de AVG (dataminimalisatie) en de non-discriminatiewetgeving.