een ondernemer koopt in maart 2008 een nieuwbouwappartement, waarbij hij de in rekening gebrachte btw terugvraagt. hij heeft het voornemen om het appartement zakelijk te gebruiken. de inspecteur ontdekt bij een boekenonderzoek dat het appartement vanaf de eerste ingebruikname in 2010 feitelijk voor vrijgestelde prestaties is gebruikt en heft de teruggevraagde btw na. terecht, oordeelt
hof den haag. nu het feitelijk (vrijgestelde) gebruik afwijkt van het voorgenomen (belaste) gebruik, had de ondernemer de btw-aftrek moeten herzien. ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.