een man en een vrouw vormen samen een samenwerkingsverband, dat in civielrechtelijke zin geen maatschap is. zij zijn eigenaar van een woning met een aangebouwde garage. in 2018 en 2019 laten zij een werkkamer bouwen op de garage. vanaf 2020 verhuurt het samenwerkingsverband de werkkamer aan de bv, waarvan de man dga is. daarbij is geopteerd voor belaste verhuur. de man en vrouw hebben beiden loon uit deze bv.
rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat het samenwerkingsverband btw-ondernemer is, maar dat zij niet kan opteren voor belaste verhuur. zij maakt namelijk niet aannemelijk dat de werkkamer niet mede voor privédoeleinden wordt gebruikt.