de eiser in deze zaak woont sinds 1986 in belgië en heeft tot 7 maart 1988 in nederland in loondienst gewerkt. daarna ontving hij een wao-uitkering. de sociale verzekeringsbank (svb) verstrekt aan eiser een aow-uitkering, die is gebaseerd op ‘verzekerde jaren’ tot en met 7 maart 1988. uit de aan eiser periodiek verstrekte opgaves bleek echter dat ook de periode na 7 maart 1988 meetelde. de
rechter is van mening dat het gelijk in dezen toch aan de svb is. dit ondanks het feit dat ‘de svb niet netjes is omgegaan met de verwarring die bij eiser is ontstaan.’ het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat niet blijkt dat een beslissingsbevoegd orgaan de foutieve informatie heeft verstrekt.