(ex-)echtgenoten mogen in het kader van echtscheiding afspraken maken over de verdeling van de pensioenrechten, die afwijken van hetgeen daarover in de wet is vastgelegd. deze afwijkende afspraken moeten dan wel zijn opgenomen in het convenant of in een schriftelijke overeenkomst, die is gesloten met het oog op de echtscheiding. de vraag was of onderlinge correspondentie voldeed aan deze voorwaarde. de
rechter oordeelde dat hiermee niet werd voldaan aan het vormvereiste van een door beide echtgenoten ondertekend document, zoals dit is opgenomen in de wet verevening pensioenrechten bij scheiding. het op de formeel juiste manier vastleggen van afspraken voorkomt ongewenste gevolgen.