een werkgever heeft een eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen in haar arbeidsvoorwaarden. met een beroep hierop wil zij onder meer de verplichte procentuele loonsverhoging uitstellen. ook wil zij werknemers verplichten tot opname c.q. afschrijving van een deel van het zogenoemde stuwmeer aan vakantie-uren. de or heeft ingestemd met deze maatregelen.
rechtbank rotterdam oordeelt dat de acute financiële problemen van de werkgever door de coronapandemie een zodanig zwaarwichtig belang vormen, dat zij eenzijdig de loonsverhoging mag doorvoeren. de rechtbank concludeert dat bij afweging van de wederzijdse belangen, de belangen van werknemers naar maatstaven van redelijkheid daarvoor moeten wijken. dit gaat echter niet op voor het verplicht afboeken van vakantiedagen. uit richtlijn 2003/88/eg en uit de daarop gebaseerde rechtspraak van het europese hof van justitie blijkt dat vakantie als een belangrijke arbeidsvoorwaarde moet worden beschouwd en dat werknemers recht hebben op recuperatie. dit belang weegt zwaarder dan het belang van de werkgever. dit wordt versterkt door het feit dat de werknemers tijdens corona hebben doorgewerkt.