een bestuurder van een bv wordt ontslagen door de av. hierbij is de oproepingstermijn niet in acht genomen, en de te behandelen onderwerpen in de algemene vergadering zijn ook niet vermeld in de uitnodiging ervoor. de bestuurder is bovendien niet (voldoende) in de gelegenheid gesteld om zijn stem te gebruiken in de vergadering. is het ontslagbesluit op basis hiervan nu nietig of vernietigbaar? de (voorzieningen)rechter oordeelde dat er sprake was van een nietig besluit. het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat er geen sprake is van een nietig (niet rechtsgeldig) besluit, maar van een vernietigbaar besluit. vooralsnog is het besluit dus rechtsgeldig, zolang het niet in rechte is vernietigd.
in cassatie concludeert procureur-generaal assink dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. de vraag wanneer een besluit van een orgaan van een rechtspersoon nietig of vernietigbaar is, blijft lastig en zorgt vaak voor hoofdbrekens. uit de wet vloeit voort (artikel 2:14 bw) dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon – dat in strijd is met de wet of de statuten – nietig is. dit wordt in datzelfde artikel meteen gerelativeerd: de nietigheid geldt niet, voor zover er uit de wet iets anders voortvloeit. voorbeeld hiervan is onder andere artikel 2:15, lid 1 bw, dat ziet op besluiten die niet nietig zijn (artikel 2:14 bw speelt niet), maar wel vernietigbaar. daarvoor bevat het vervolg van artikel 2:15 bw dus nadere regels.