partijen hadden een relatie met elkaar. nu die voorbij is, speelt de vraag of gedaagde € 11.000 geleend heeft en of afgesproken is dat hij dit bedrag binnen elf maanden terugbetaalt. de kantonrechter oordeelt dat partijen dit inderdaad hebben afgesproken. het feit dat gedaagde betwist een handtekening te hebben gezet, is hierbij niet van belang. de gedaagde betwistte de gemaakte afspraken pas later. hoe dit te rijmen valt met zijn eerdere erkenningen van de bestaande afspraken, legt gedaagde niet uit. uit de overige omstandigheden is het bestaan van de geldleningsovereenkomst af te leiden. de
rechter wijst de vordering toe; de gedaagde moet eiseres het geld terugbetalen.