geldvoorelkaar exploiteert een crowdfundingplatform en brengt door middel van haar website partijen bij elkaar, die geld willen lenen en uitlenen. appellant heeft in 2016 een geldleningsovereenkomst gesloten, waarbij de echtgenote heeft meegetekend (ex artikel 1:88 bw). wanneer appellant zijn verplichtingen niet is nagekomen, eist geldvoorelkaar de uitstaande schuld vervroegd op en legt conservatoir beslag op de woning van appellant. in dit hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat de geldlening waarvoor hij zich borg heeft gesteld, een rechtshandeling is ten behoeve van de uitoefening van het normale bedrijf.
hof amsterdam oordeelt dat het verweer ongegrond is.