Formeel Recht

Mondelinge schenking geldt als startpunt voor aanslagtermijn

gepubliceerd op: 03 maart 2026

Schenking van vermogen is een veelgebruikte methode om erfbelasting te besparen. Het is bovendien veel leuker om met de spreekwoordelijke ‘warme hand’ te geven, dan met de ‘koude hand’. Dit omdat je dan doorgaans nog kunt meegenieten van het plezier dat de beschonkene beleeft aan het ontvangen vermogensbestanddeel.

Overschrijdt de schenking de geldende vrijstellingen? Dan moet uiteraard aangifte schenkbelasting worden gedaan, waarna de inspecteur binnen de geldende aanslagtermijn een aanslag op moet leggen. En dat daarbij veel mis kan gaan met grote financiële gevolgen, blijkt uit een recente zaak bij het Gerechtshof Den Haag.

De casus voor Hof Den Haag was kort gezegd zo: een vader schonk op 24 januari 2018 aan zijn drie kinderen op vrij ingewikkelde wijze certificaten van aandelen ter waarde van € 1,33 miljoen per kind. De schenking wordt op 17 april 2018 vastgelegd in een notariële akte, waarin 24 januari als schenkingsdatum wordt genoemd. Zijn dochter doet op 19 september 20108 aangifte van deze schenking en ontvangt een aanslag conform deze aangifte. Na een boekenonderzoek voor de Vpb nodigt de inspecteur op 11 januari 2023 de dochter uit aangifte te doen van een schenking op 17 april 2018. Hij legt op 28 december 2023 een aanslag op over een waarde van € 4,6 miljoen. Van deze tweede aanslag is niet alleen de hoogte, maar ook de tijdigheid in geschil. De schenkbelasting kent namelijk een nogal eigenwijs startmoment van de termijn van 3 jaar (of 5 of 12 jaar bij navorderingen) waarbinnen de inspecteur de primaire aanslag schenkbelasting moet opleggen. Die aanslagtermijn is als volgt:

  1. Als tijdig (binnen 4 maanden na afloop van het kalenderjaar van de schenking) aangifte is gedaan: tot 3 jaren na het moment van schenking.
  2. Als te laat aangifte is gedaan, vangt de aanslagtermijn van 3 jaren aan op de dag nadat de aangifte is gedaan.
  3. Als geen aangifte is gedaan, vangt de aanslagtermijn aan op de dag van inschrijving van de akte van overlijden van de schenker of van de begiftigde in de registers van de burgerlijke stand.

De rechtbank volgt de dochter, omdat zij met de akte aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een mondelinge schenking op 24 januari 2018, die zij op juiste wijze en tijdig in haar aangifte heeft vermeld. Daarbij komt dat een verschil van mening over het tijdstip van schenken in 2018 niet maakt dat de ingediende aangifte schenkbelasting als niet gedaan kan worden beschouwd, zoals de inspecteur stelde. De tweede aanslag wordt daarom vernietigd.

Tip
Het moment van schenken bepaalt dus tot wanneer de inspecteur een aanslag mag opleggen. Een schenking komt tot stand op het moment dat het aanbod wordt aanvaard. Dat kan mondeling zijn, maar zal wel moeten blijken uit daarna opgemaakte schriftelijke stukken zoals een akte en een aangifte. Leg dit daarom altijd goed vast.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.