In hoeverre kunnen cliënten vertrouwen op het advies van hun belastingadviseur?
De Nederlandse Antillen zijn populair bij veel Nederlanders vanwege de paradijselijke stranden, het prachtige weer, maar ook het zeer gunstige fiscale klimaat. Enkele jaren geleden adviseerden diverse gerenommeerde belastingadvieskantoren actief over het opzetten van een Curaçaose vennootschapsstructuur, met als enig bezit een beleggingsportefeuille, formeel bestuurd op de Antillen, maar met een Nederlandse grootaandeelhouder. Dit kan een flink belastingvoordeel opleveren. De Belastingdienst bestrijdt deze opzet vaak succesvol, omdat de feitelijke leiding toch in Nederland blijkt te liggen. Naast belastingaanslagen volgen vaak ook flinke boetes. Is dat terecht?
Rechtbank Gelderland boog zich over die vraag in een onlangs gepubliceerde uitspraak. De kwestie gaat over een man die in Nederland woont en zich over de structuur heeft laten adviseren door een gerenommeerd belastingadvieskantoor en een accountantskantoor. Zijn drie Curaçaose vennootschappen hebben geen aangifte Vpb in Nederland gedaan, omdat zij van mening zijn dat zij niet in Nederland gevestigd zijn.
Navorderingsaanslagen en boetes
De inspecteur concludeert anders na vestigingsplaatsonderzoek en legt navorderingsaanslagen en boetes op aan de vennootschappen. Aan de man is vervolgens ook een vergrijpboete opgelegd, omdat hij als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige zou hebben deelgenomen aan het feit dat zijn vennootschappen opzettelijk geen aangifte hebben gedaan. Maar omdat de vennootschappen tot eind 2019 niet uitgenodigd waren tot het doen van aangifte, en de inspecteur zelf had goedgekeurd dat indiening achterwege zou blijven, acht de rechtbank het verwijt van het niet doen van aangifte door de vennootschappen onbegrijpelijk. In de zaken van de vennootschappen tegen de navorderingsaanslagen zijn de boeten daarom ook vernietigd.
Opzet of grove schuld?
De rechtbank maakt in deze zaak heel duidelijk dat zonder beboetbare gedraging van een rechtspersoon geen deelneming daaraan kan bestaan door een natuurlijk persoon. De rechtbank stelt daarbij dat voor beboeting van de man als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige zijn opzet of grove schuld moet worden bewezen. En dat is hier niet gelukt. De man mocht afgaan op de adviezen van het gerenommeerde belastingadvieskantoor. Er is geen bewijs geleverd dat hij daarbij is gewaarschuwd dat zijn handelen tot Nederlandse belastingplicht zou (kunnen) leiden en hij hoefde ook niet te twijfelen aan de verstrekte adviezen. Daarom concludeert de rechtbank dat de man niet kan worden aangemerkt als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige, en vernietigt ook in deze zaak de boetes.
Tip voor de praktijk
Laat je cliënt zich adviseren door een gerenommeerd belastingadviseur (zoals bijvoorbeeld een belastingadviseur van Fiscount) en handelt hij of zij ook conform dat advies? Dan kan hem of haar doorgaans geen boete worden opgelegd als dat advies later onjuist blijkt te zijn.