Vernietiging te late aanslag leidt niet tot verval verliesvaststellingsbeschikking
Gepubliceerd op: 8 maart 2018
Een inspecteur legt aan een holding-bv een aanslag vennootschapsbelasting op na het verstrijken van de aanslagtermijn. Op de aanslag staat ook de (negatieve) winst vermeld. Die (negatieve) winst is echter de helft van het verlies dat de holding-bv had aangegeven en dat was bij de voorlopige aanslag geaccepteerd. De holding-bv stelt dat de definitieve aanslag is verjaard, waarmee ook de vastgestelde verliesbeschikking vervalt en het aanvankelijk geaccepteerde verlies herleeft. De aanslag moet wel worden vernietigd, oordeelt de Hoge Raad. Maar dit betekent niet dat daardoor ook de verliesvaststellingsbeschikking vervalt; die blijft in stand.
De vermelding van een (negatieve) winst (verlies) op een aanslag vormt een verliesvaststellingsbeschikking. Een belastingplichtige heeft een materieel belang bij deze beschikking, omdat een verlies zonder beschikking niet verrekenbaar is.
Wordt er geen aanslag opgelegd en wil de belastingplichtige zekerheid hebben over de hoogte van het verlies? In dat geval kan de belastingplichtige de inspecteur verzoeken (artikel 4:1 Awb) om het verlies bij beschikking vast te stellen. Blijft een beslissing hierover uit, dan kan de belastingplichtige hiertegen bezwaar maken (artikel 6:2 Awb).