Einde tbs door overgang economische eigendom aandelen
Gepubliceerd op: 8 maart 2018
Een DGA stelt een pand ter beschikking aan de holding-bv, waarvan hij alle aandelen bezit. Deze bv drijft een onderneming en houdt de aandelen in een dochter-bv. In april 2010 spreken de DGA en zijn dochter af dat de dochter de onderneming overneemt. Daartoe stellen zij eind 2010 een overeenkomst op. De holding-bv draagt vervolgens haar onderneming over aan de dochter-BV. Eind januari 2011 levert de holding-bv de aandelen in de dochter-bv aan de dochter. De terbeschikkingstelling van het pand is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden al eind december 2010 geëindigd, aangezien het namelijk aannemelijk is dat de economische eigendom van de aandelen toen al bij de dochter berustte.
Het hof noemt de volgende feiten waaruit dit kan worden opgemaakt:
De akte waarbij de holding-bv de onderneming overdraagt aan de dochter-bv is namens de dochter-bv medeondertekend door de dochter.
In de periode tussen 10 december en 22 december 2010 (moment van de overdracht van de onderneming) is de verhuur van het pand geëindigd, waarbij de DGA een resultaat van € 32.923 heeft behaald.
De inspecteur had gesteld dat er bij de verkoop van de aandelen sprake was van een winstuitdeling van € 167.000. Het hof gaat daarin echter niet mee, omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de DGA zijn dochter bewust heeft willen bevoordelen. Ook is er geen sprake van goodwill.