een man heeft tot 1 september 2015 uitstel gekregen voor de indiening van zijn ib-aangifte 2014. hij dient de ib-aangifte echter pas in op 26 februari 2016. de inspecteur legt hem daarom een verzuimboete op van € 344 op grond van de wettelijke regeling per 1 januari 2016. de man meent dat de boete moet worden gematigd tot € 49 op grond van het oude boetebeleid dat gold tot 1 januari 2016. hof den bosch is het met hem eens. het boetebeleid dat geldt op het moment dat het beboetbare feit is begaan, bepaalt de verzuimboete. de aangifte is in 2015 niet tijdig ingediend. het toen geldende boetebeleid is daarom van toepassing.
het tot 1 januari 2016 geldende boetebeleid voorzag in een matiging van de boete voor te laat ingediende ib-aangiftes, wanneer deze alsnog werden ingediend. dit beleid was gebaseerd op een werkinstructie van de belastingdienst betreffende paragraaf 21, lid 8 bbbb. dit beleid is op 1 januari 2016 ingetrokken. maar volgens het hof geldt dit boetebeleid als het beboetbare feit is begaan vóór 1 januari 2016, ook al is pas ná 1 januari 2016 de voorwaarde vervuld om voor dat boetebeleid in aanmerking te komen.