Hof Arnhem-Leeuwarden stelt vast dat er tijdens de parlementaire behandeling bij de invoering van het hoofdverblijfcriterium in 2021 ook aandacht is geweest voor de situatie waarin de woning na de aankoop grondig wordt verbouwd. Daarbij werd geconcludeerd dat ook bij een langdurige verbouwing (waarbij de woning onbewoonbaar is) de kopers aannemelijk kunnen maken dat zij de woning toch hebben gekocht om deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Wel zullen zij de woning na voltooiing van de verbouwing daadwerkelijk anders dan tijdelijk als hoofdverblijf moeten gaan gebruiken. Het hof acht de situatie waarin een woning wordt gekocht, gesloopt en herbouwd hiermee vergelijkbaar. Volgens het hof blijkt uit de wetsgeschiedenis niet dat de kopers in deze situatie van het lage OVB-tarief moeten worden uitgesloten. De inspecteur moet daarom aan het stel € 42.900 OVB terugbetalen.