Slechts helft betaalde hypotheekrente voor ex-partner aftrekbaar
Een man en zijn ex-partner zijn eigenaar van een woning. De daaraan verbonden hypotheek en levensverzekering gaat hen beiden voor de helft aan. De echtscheidingsbeschikking is op 15 juli 2011 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Daarin is bepaald dat de ex-partner daarna nog zes maanden in de woning mag verblijven. De rechtbank bepaalt in 2012 dat de man de hypotheeklasten en kinderalimentatie betaalt. In 2018 sluiten de man en de ex-partner een vso af, waarin wordt afgezien van alimentatie. De man blijft de hypotheeklasten betalen. Hij trekt in zijn IB-aangiften over 2016 - 2020 alle hypotheekrente af als onderhoudsverplichting voor zijn ex-partner.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur terecht slechts de helft van de hypotheekrente in aftrek heeft toegestaan. Volgens het hof zijn periodieke betalingen alleen aftrekbaar op grond van een wettelijke onderhoudsplicht. Uit de echtscheidingsbeschikking blijkt die verplichting niet. Desondanks heeft de inspecteur steeds de helft van de hypotheekrente en het eigenwoningforfait als uitgaven voor levensonderhoud voor de ex-partner toegestaan. Volgens het hof is er geen aanleiding voor extra aftrek.
Beroep op vertrouwensbeginsel
De man kan zich ook niet beroepen op het vertrouwensbeginsel. Het volgen van IB-aangiften vormt geen bewuste standpuntbepaling, aldus het hof.