Schuldovername bij verkoop aandelen leidt tot winstuitdeling
Een Belgische dermatoloog verricht zijn werkzaamheden via een Nederlandse bv, waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is. In 2016 verkoopt hij de aandelen in deze bv aan een holding-bv van een collega-dermatoloog. Op dat moment heeft de Belgische dermatoloog een schuld van € 885.571 aan de Nederlandse bv, die ziet op leningen voor zijn eigen woning. De holding-bv neemt deze schuld over als onderdeel van de overnameprijs. De Belgische dermatoloog geeft hierover niets aan in zijn IB-aangifte 2026. Hij stelt dat hij een vervreemdingsvoordeel heeft genoten dat op grond van het Verdrag Nederland-België niet belast is in Nederland.
De inspecteur meent dat er door de schuldovername sprake is van ‘verkapt dividend’ en daarmee van een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang, waarover Nederland mag heffen. Hij legt daarom een navorderingsaanslag IB 2016 op.
Oordeel hof
Nadat de rechtbank de Belgische dermatoloog in het gelijk had gesteld, oordeelt Hof Den Bosch anders. Het hof stelt ten eerste vast dat de Belgische dermatoloog niet de vereiste aangifte heeft gedaan, waardoor de bewijslast moet worden omgekeerd. De omkering van de bewijslast geldt voor de hele navorderingsaanslag en dus ook voor het inkomen uit aanmerkelijk belang. Vervolgens oordeelt het hof dat er geen sprake is van een reële schuldovername. Het is namelijk niet voorstelbaar dat de koper van de aandelen (holding-bv) akkoord zou gaan met de (aflossings)verplichtingen die samenhangen met de eigen woning van de verkoper (de Belgische dermatoloog). De inspecteur is er daarom terecht van uitgegaan dat er bij de koopovereenkomst en de aandelenoverdracht geen sprake is geweest van schuldoverneming, waarbij de schuld van de Belgische dermatoloog met al haar hoedanigheden op de holding-bv is overgegaan, maar van schuldvernieuwing. Daarbij heeft de Nederlandse bv haar vordering op de Belgische dermatoloog prijsgegeven.
De holding-bv heeft een nieuwe schuld aan de Nederlandse bv van € 885.571 op zich genomen, waarvan de voorwaarden geen verband houden met de eigen woning van de Belgische dermatoloog. De inspecteur is er verder terecht van uitgegaan dat;
- de Nederlandse bv met het prijsgeven van de vordering de Belgische dermatoloog als aandeelhouder heeft willen bevoordelen voor een bedrag van € 885.571; en
- de Belgische dermatoloog (in zijn dubbelrol als enig aandeelhouder en bestuurder) het voordeel als aandeelhouder heeft willen aanvaarden.
Er is sprake van een (verkapt) dividend, waarover Nederland op grond van het Verdrag met België 15% belasting mag heffen.