Rechtbank Den Haag stelt vast dat in de procedure over 2018 slechts € 165.000 aan liquide middelen tot het ondernemingsvermogen is gerekend. Namelijk: € 95.000 als dekking van de FOR, € 60.000 als reservering voor een bedrijfsauto en € 10.000 als reservering voor zonnepanelen. De liquide middelen die in deze procedure aan de orde waren, zijn volgens de rechtbank vergelijkbaar met de bank- en spaarrekeningen (van in totaal € 451.050) die in de onderhavige procedure ter discussie staan. Uit de hofuitspraak leidt de rechtbank ook af dat de overbrenging van de duurzaam overtollige liquiditeiten van box 1 naar box 3 voor het jaar 2018 is verwerkt als privé-onttrekking van het overtollige op 31 december 2017. Deze onttrekking werkt door naar het ondernemingsvermogen en het box-3-vermogen in opvolgende jaren, en daarmee ook naar 2020. Daarom moet een bedrag van € 286.051 (€ 451.050 -/- € 165.000) als duurzaam overtollig worden aangemerkt en in box 3 in aanmerking worden genomen.