Rechtbank Den Haag stelt vast dat in de procedure over 2018 slechts € 165.000 aan liquide middelen tot het ondernemingsvermogen is gerekend. Namelijk: € 95.000 als dekking van de FOR, € 60.000 als reservering voor een bedrijfsauto en € 10.000 als reservering voor zonnepanelen. De liquide middelen die in deze procedure aan de orde waren, zijn volgens de rechtbank vergelijkbaar met de bank- en spaarrekeningen (van in totaal € 451.050) die in de onderhavige procedure ter discussie staan. Uit de hofuitspraak leidt de rechtbank ook af dat de overbrenging van de duurzaam overtollige liquiditeiten van box 1 naar box 3 voor het jaar 2018 is verwerkt als privé-onttrekking van het overtollige op 31 december 2017. Deze onttrekking werkt door naar het ondernemingsvermogen en het box-3-vermogen in opvolgende jaren, en daarmee ook naar 2020. Daarom moet een bedrag van € 286.051 (€ 451.050 -/- € 165.000) als duurzaam overtollig worden aangemerkt en in box 3 in aanmerking worden genomen.
Overtollige liquiditeiten eenmanszaak leiden tot correctie box-3-vermogen
Gepubliceerd op: 3 september 2026
Een ondernemer heeft een eenmanszaak in consultancy en advies. Uit de ingediende IB-aangifte 2020 blijkt dat hij – naast ondernemingsvermogen in box 1 – ook vermogen heeft in box 2 en box 3. Uit een jaarrekening van een fonds voor gemene rekening blijkt dat de ondernemer meer box-3-vermogen heeft dan hij heeft aangegeven. De inspecteur wijkt daarom bij de aanslagoplegging af van de ingediende aangifte. In de bezwaarfase corrigeert hij ook het ondernemingsvermogen wegens duurzaam overtollige liquiditeiten, die in box 3 thuishoren. Daarbij verwijst hij naar de eerder gevoerde procedure over 2018. Is die correctie terecht?