Het kabinet stelt de volgende aanpassingen in box 2 voor:

  • vanaf 2027 een verlaging in 5 stappen van het drempelbedrag voor excessief lenen bij de eigen bv van € 500.000 naar € 100.000;
  • van 2027 tot en met 2030 een tijdelijke verlaging van het tarief in de tweede schijf van box 2 van 31% naar 29,2%.

Daarnaast stelde het kabinet aanvankelijk de volgende maatregelen voor in box 3:

  • in 2027 een verlaging van het heffingvrije vermogen in 2027 van € 59.357 (in 2026) naar € 30.846 per belastingplichtige;
  • vanaf 2028 een verlaging van het eerder in de Wet werkelijk rendement box 3 voorgestelde heffingvrije resultaat van € 1.800 naar € 1.000 per belastingplichtige;
  • in 2027 een verhoging van het forfaitaire rendement voor de categorie ‘overige bezittingen’ in box 3 van 6% naar 7,5%.

Kleine spaarder en belegger ontzien

De Tweede Kamer heeft negatief gereageerd op de gekozen dekking. Een meerderheid vindt het met name onacceptabel dat het heffingvrije vermogen in 2027 en het heffingvrije resultaat vanaf 2028 bijna worden gehalveerd. Hierdoor zal de kleine spaarder en belegger eerder in de box-3-heffing vallen. Inmiddels heeft minister Heinen van Financiën toegezegd dat hij bereid is om dit voorstel aan te passen om de kleine spaarder en belegger te ontzien. Het is nog niet duidelijk wat die aanpassing precies zal inhouden. Over twee weken debatteert het kabinet verder over het Belastingpakket 2027.