landbouwvrijstelling terecht geweigerd bij herwaardering bosgrond
Gepubliceerd op: 16 juni 2022
een landbouwer voert met zijn vrouw en onder meer zijn zoon in firmaverband een agrarisch bedrijf uit. in 2009 koopt hij met en een medefirmant bosbouwgrond om dit geschikt te maken voor landbouw. de grond wordt economisch ingebracht in de firma. in 2012 wordt het samenwerkingsverband vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, waarbij ook de winstaandelen van de firmanten wijzigen. dit is aanleiding om de gronden te herwaarderen naar de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming (wevab). de inspecteur weigert de toepassing van de landbouwvrijstelling op de daarbij behaalde boekwinsten. terecht, oordeelt hof arnhem-leeuwarden.
volgens het hof is de bosbouwgrond aangekocht met het oogmerk deze geschikt te maken voor de landbouw. de waardestijging op het moment van de herwaardering van de grond ten opzichte van de waarde bij aankoop is dan ook toe te rekenen aan de bestemmingswijziging van de grond. de waardestijging is niet toe te rekenen aan de autonome waardeontwikkeling in het economisch verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van het landbouwbedrijf. de landbouwvrijstelling is daarom niet van toepassing. hierbij is niet relevant dat de grond bij de verkopers (en niet bij de landbouwer) als bosbouwgrond in gebruik was. ook is de agrarische bestemming van de grond in het gemeentelijke bestemmingsplan hiervoor niet relevant.