een man verantwoordt in zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2015 onder andere een rekening van de analytisch therapeut/hypnotherapeut als uitgaven voor specifieke zorgkosten. deze therapeut is echter geen arts of een bij ministeriële regeling aangewezen paramedicus. daarom weigert de inspecteur deze aftrekpost.
rechtbank den haag geeft de inspecteur gelijk. de man had weliswaar een voorschrift van de huisarts overgelegd, maar maakte niet aannemelijk dat de behandeling ook onder begeleiding van een arts plaatsvond, zoals de wet ib 2001 vereist. de man haalde nog een besluit van de staatssecretaris aan, maar dat had slechts betrekking op de btw en niet op de ib.