een dga heeft (in)direct een aanmerkelijk belang in een bv. deze bv huurt een bedrijfspand van een maatschap, waarin de dga voor 50% maat is. in de periode 2001-2014 waardeert de dga in verband met de tbs-regeling het bedrijfspand in zijn ib-aangiften steeds op de historische kostprijs van € 1,5 miljoen. als de bv in 2015 wordt verkocht, eindigt de tbs-regeling. op grond van de foutenleer verhoogt de dga in 2015 de inbrengwaarde van het bedrijfspand in 2001 naar € 2,4 miljoen.
hof amsterdam oordeelt dat de dga niet aannemelijk maakt dat de inbrengwaarde van het bedrijfspand in 2001 hoger was dan € 1,5 miljoen.