een dochter erft van haar moeder de aandelen van een vastgoed-bv. deze bv bezit zes verhuurde panden met een getaxeerde verkoopwaarde van € 1.150.000. de dochter claimt toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (bor) voor de waarde van de aandelen in de vastgoed-bv. de bor is terecht geweigerd, oordeelt
rechtbank noord-holland. de dochter maakt niet aannemelijk dat de aard en de omvang van de activiteiten van de vastgoed-bv op het overlijdenstijdstip groter waren dan gebruikelijk bij normaal vermogensbeheer. de vastgoed-bv drijft dus geen materiële onderneming. de waardestijging van de panden is het gevolg van autonome marktontwikkelingen.