bij voortzetting bedrijf zelf bepalen welke schuldeisers worden betaald
Gepubliceerd op: 18 maart 2021
een holding houdt in 2013 50% van de aandelen van een dochter-bv. zij is de enige bestuurder van de dochter-bv, die in maart 2016 wordt ontbonden. er staat dan € 250.000 aan btw- en loonbelastingschulden open. dit is volgens de ontvanger te wijten aan onbehoorlijk bestuur van de holding. zij had namelijk wel de crediteuren van de dochter-bv betaald en de rekening-courantschuld aan de holding afgelost. de holding geeft aan dat zij dit heeft gedaan met het oog op de voortzetting van het bedrijf van de dochter-bv. de ontvanger stelt dat de holding al op het moment van betaling van de crediteuren van plan was om het bedrijf van de dochter-bv te staken en stelt haar aansprakelijk voor de openstaande belastingschulden.
rechtbank gelderland stelt vast dat de holding de betalingsonmacht tijdig heeft gemeld. het is dan aan de ontvanger om aannemelijk te maken dat:
de holding de dochter-bv onbehoorlijk heeft bestuurd; én
daarom de belastingschulden niet zijn betaald.
de rechtbank beslist dat een bestuurder in beginsel vrij is om zelf te bepalen welke crediteuren worden betaald. de beslissing om belastingschulden geen voorrang te geven is pas onbehoorlijk bestuur als geen redelijk denkend bestuurder dat onder dezelfde omstandigheden zou doen. daarvan is hier geen sprake. ook maakt de ontvanger niet aannemelijk dat de holding al voor de betaling van de crediteuren had beslist om de onderneming niet voort te zetten. de aansprakelijkstelling wordt teruggedraaid.