Fiscaal

Belastingdienst past voorwaarden iack bij co-ouders te streng toe

Belastingdienst past voorwaarden iack bij co-ouders te streng toe

Een man spreekt met zijn ex-partner af dat hun tienjarige dochter in een periode van twee weken de ene week vier dagen bij hem verblijft en de andere week twee dagen. Zij staat niet op zijn adres ingeschreven in de basisregistratie personen. De man claimt de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack). Die is hem ten onterechte geweigerd, oordeelt de Hoge Raad. De dochter verblijft in elke periode van twee weken gemiddeld drie dagen per week bij de man en tevens ‘doorgaans drie dagen per week’. De week hoeft namelijk niet op maandag aan te vangen, zoals de inspecteur stelt, maar mag ook beginnen op elke andere willekeurige dag van de week.

Tip

Heb je cliënten met kinderen jonger dan 12 jaar, die in een echtscheiding zijn verwikkeld? Wijs hen dan op het belang van een juiste verdeling van de zorgtaken voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack). Zij hebben beiden recht op deze heffingskorting als het kind doorgaans drie dagen per week bij hen verblijft. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat daarbij de week niet per se op maandag moet beginnen om aan deze voorwaarde te voldoen.

Co-ouderschap

Sinds 1 januari 2011 is aan de iack niet langer de eis verbonden dat het kind tot het huishouden moet behoren. De eis van inschrijving in de basisregistratie personen op het woonadres van de ouder geldt nog wel. Bij co-ouderschap wordt getoetst of de kinderen tegelijkertijd tot de huishoudens van beide ouders behoren. Als dat zo is, wordt aangenomen dat het kind ook ingeschreven staat op het woonadres van de andere co-ouder.