Aftrek ROW-verlies ten onrechte geweigerd – zakelijke borgstelling
Gepubliceerd op: 29 oktober 2026
Een dga houdt de aandelen in een holding-bv met diverse dochter-bv’s. De holding-bv trekt extra financiering aan van een bank. De dga stelt zich daarbij borg voor € 37.500. De bank spreekt hem in 2020 als borg aan, waarop hij € 37.500 betaalt. Hij brengt dit bedrag als row-verlies in aftrek. Maar de inspecteur meent dat de borgstelling van meet af aan onzakelijk is, dan wel onzakelijk is geworden. Daarom weigert hij de aftrek van het row-verlies en stelt hij dat er sprake is van een verlies uit aanmerkelijk belang. Rechtbank Zeeland-West-Brabant fluit de inspecteur terug. De borgstelling was op het moment van aangaan in 2014 zakelijk en is niet onzakelijk geworden.
De zakelijkheid van de borgstelling blijkt volgens de rechtbank uit de volgende feiten en omstandigheden:
Een mede-investeerder was in 2013 bereid om fors te investeren.
De bank was toen bereid een krediet van € 200.000 en een borgstellingskrediet van € 225.000 te verstrekken.
Er werd voldaan aan de voorwaarden in het Kaderbesluit EZ-subsidies, waardoor recht bestond op een borgstelling door de Staat der Nederlanden voor € 225.000.
Tip
Een inspecteur die stelt dat een lening onzakelijk is (of is geworden) moet dit aannemelijk maken. Dat is niet eenvoudig. Een belanghebbende hoeft niet aannemelijk te maken dat de lening wél zakelijk is of is gebleven. De inspecteur is in dezen aan zet.