Twee schuldigerkenningen, één rentebetaling
Een vader had zijn kind zowel in 2019 als in 2020 € 100.000 geschonken via een schuldigerkenning. Over beide bedragen was jaarlijks 6% rente verschuldigd. In december 2020 betaalde de vader € 7.000 rente, maar zonder in de betalingsomschrijving aan te geven op welke schuldigerkenning de betaling betrekking had. Na zijn overlijden in 2021 volgden nog rentebetalingen. De inspecteur vond dat de rente niet volledig en tijdig was betaald, en wilde beide schuldigerkenningen daarom op grond van artikel 10 Successiewet als fictieve verkrijging belasten. De rechtbank zag dat anders en vond dat de schuldigerkenning uit 2019 buiten de heffing moest blijven. Het geschil kwam vervolgens bij het hof terecht.
De oudste schuld krijgt voorrang
Het hof stelt voorop dat voor elke schuldigerkenning afzonderlijk moet worden bekeken of de rente tijdig en volledig is betaald. Is een rentebetaling niet gespecificeerd en onvoldoende om alle openstaande rente te voldoen? Dan moet die betaling zoveel mogelijk worden toegerekend aan de oudste schuld. Het hof sluit daarbij aan bij de wettelijke regels voor de toerekening van betalingen. De betaling van € 7.000 wordt daarom eerst toegerekend aan de schuldigerkenning uit 2019. Daarmee was de rente over die schuld uiteindelijk volledig en tijdig voldaan. Voor de schuld uit 2020 bleef echter een tekort bestaan. Een nabetaling in 2023 kwam voor de rente uit 2020 te laat. Daarom blijft (alleen) de schuldigerkenning uit 2020 een fictieve verkrijging voor de erfbelasting. Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige, volledige en aantoonbare rentebetalingen bij papieren schenkingen.