een deens bedrijf koopt een kampeerterrein en laat diverse werkzaamheden verrichten aan het terrein, waaronder de aanleg van funderingen voor woongebouwen. op 1 januari 2015 wordt het terrein met funderingen geleverd aan een afnemer. de deense belastingdienst stelt dat er sprake is van een btw-belaste levering van een bouwterrein. het deense bedrijf meent dat er sprake is van de levering van een gebouw. de deense rechter vraagt het eu-hof van justitie om hierover uitsluitsel te geven. het eu-hof oordeelt dat de levering van een terrein waarop ten tijde van de levering uitsluitend funderingen zijn aangelegd een levering van een bouwterrein vormt.
het eu-hof verwijst bij haar oordeel naar eerdere rechtspraak waaruit blijkt dat funderingen voor woongebouwen niet kunnen worden aangemerkt als ‘gebouw’ of een ‘gedeelte van een gebouw’. ook acht het eu-hof het criterium van eerste ingebruikneming van belang. funderingen kunnen niet aan dit criterium voldoen.