een projectontwikkelaar laat een vervallen fabriekscomplex ombouwen tot een winkelgebied. driekwart van het complex is gesloopt en herbouwd. het resterende kwart heeft als rijksmonument een beschermde status. van dit bouwdeel worden de dragende binnenmuren verwijderd en vervangen door nieuwe, dragende staalconstructies. verder is het dak vernieuwd en is de fundering onder de vloer aangepast en vervangen. de projectontwikkelaar meent dat er ook voor dit bouwdeel sprake is van een nieuw vervaardigd goed, dat dus vrijgesteld is van overdrachtsbelasting en belast met btw. de inspecteur meent echter dat er sprake is van renovatie. wat vindt de hoge raad?
de hoge raad verwijst voor zijn oordeel naar zijn uitspraak van 4 november 2022. daarin oordeelt de hoge raad dat alleen wijzigingen in de bouwkundige constructie ertoe kunnen leiden dat een verbouwing zo ingrijpend is, dat er in wezen nieuwbouw is ontstaan. in dit geval is de bouwkundige constructie van het bouwdeel door de werkzaamheden zo ingrijpend veranderd, dat er sprake is van ‘in wezen nieuwbouw’. de projectontwikkelaar is geen overdrachtsbelasting verschuldigd.