eu-hof staat nederlandse herziening ineens van btw-aftrek toe
Gepubliceerd op: 5 oktober 2020
een stichting laat in 2013 op eigen grond een appartementencomplex bouwen, dat bestemd is voor de verhuur. zij brengt de vooraftrek op de bouwkosten in aftrek, omdat zij een integratieheffing verwacht. per 1 januari 2014 is deze heffing afgeschaft. in juli 2014 wordt het complex opgeleverd en per 1 augustus 2014 worden vier appartementen vrijgesteld verhuurd. voor de overige appartementen is nog geen huurder gevonden. de stichting corrigeert de btw-aftrek vanwege de eerste ingebruikname per 1 augustus 2014. de herziening kan volgens haar plaatsvinden in tien termijnen aan het eind van het jaar, maar de inspecteur herziet de btw-aftrek in één keer. wie heeft gelijk?
advocaat-generaal ettema adviseert de hoge raad om in deze kwestie prejudiciële vragen te stellen aan het eu-hof van justitie. dit hof heeft onlangs deze vragen beantwoord en oordeelt dat het niet in strijd is met het eu-recht dat nederland in het jaar van ingebruikname de totale oorspronkelijk toegepaste btw-aftrek in één keer herziet. de herziening voor investeringsgoederen mag gedurende het gebruik over meerdere jaren worden gespreid, maar een herziening in één keer is ook toegestaan als het werkelijk gebruik in het jaar van ingebruikneming blijkt af te wijken van de toegepaste btw-aftrek.