caféhouder geen naheffingsaanslagen en vergrijpboetes verschuldigd
Gepubliceerd op: 7 juni 2021
een caféhouder exploiteert vier cafés. uit bedrijfsbezoeken en een boekenonderzoek blijkt dat de administratie van de caféhouder gebreken vertoont. de inspecteur legt echter geen informatiebeschikking op. hij beroep zich wel op omkering en verzwaring van de bewijslast, omdat de caféhouder niet de vereiste aangiften zou hebben gedaan. rechtbank den haag oordeelt dat de inspecteur dit niet aannemelijk maakt. zijn standpunt dat de werkelijk behaalde omzetten veel hoger zijn dan de aangegeven omzetten, is gebaseerd op theoretische omzetberekeningen. uit het controlerapport blijkt echter niet hoe de controleur tot die berekeningen is gekomen.
ook de vermogensvergelijking en de privékasopstelling zijn onvoldoende om te kunnen concluderen dat de caféhouder niet de vereiste aangifte heeft gedaan. de bewijslast wordt daarom niet omgekeerd en verzwaard. de inspecteur kan dan volstaan met een gemotiveerde schatting, waarna de caféhouder aannemelijk moet maken dat de werkelijk verschuldigde btw lager is dan de btw die de inspecteur heeft berekend. daarin is de caféhouder geslaagd ondanks zijn gebrekkige administratie. de btw-aangiften zijn namelijk gebaseerd op z-afslagen van de kassa’s. bovendien heeft de inspecteur geen rekening gehouden met breuk, eigen gebruik en representatie. de rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen en de vergrijpboetes.