Om te beginnen moet de werkgever het loon uitbetalen zodra het opeisbaar is. Dit speelt met name een rol bij instroom in de WIA. De loonadministratie kan dan gemakkelijk in een latere periode loon betalen, omdat er eerst nog 104 weken lang moet worden geïntegreerd voor instroom. Bij de WW en de Ziektewet is dat anders en zal een te late betaling vrijwel geen rol spelen. Daar kijkt het UWV voor de berekening van de hoogte van de uitkering grofweg naar het verdiende SV-loon in het jaar voor instroom. Veel ruimte om later te betalen is er dan niet vanwege het einde van het dienstverband.

WIA
De schoonmaakster om wie het gaat in deze zaak, meldde zich ziek op 4 oktober 2020. Op 5 oktober 2022 stroomt ze de IVA in. De referteperiode was oktober 2019 tot september 2020. De schoonmaakster had recht op achterstallig loon over de voorgaande jaren. Middels een civiele rechtszaak heeft de rechtbank haar alsnog € 19.500 toegekend. Vervolgens vraagt zij het UWV om een nieuwe berekening van het dagloon. Maar krijgt ze dat ook? Na diverse rechtsgangen (bezwaar, beroep en hoger beroep) is zij er uiteindelijk € 0,00 mee opgeschoten.

Dagloonbesluit
Waarom viste de werkneemster hier achter het net?

  • Op het moment dat het loon opeisbaar was in de referteperiode, heeft zij verzuimd om dit direct op te eisen bij haar werkgever (artikel 15 Dagloonbesluit). De CRvB staat erom bekend secuur te bekijken of de werknemer deze regel wel heeft nageleefd.
  • De werkgever heeft bij de nabetaling van de € 19.500 – blijkbaar – geen correctieberichten aan de Belastingdienst verzonden. Het UWV mag vervolgens uitgaan van de juistheid van de polisadministratie.

Is het niet sneu voor de schoonmaakster dat dit het gevolg is van het verzaken door haar werkgever? Het Dagloonbesluit is voor een gemiddelde jurist al ingewikkeld. Laat staan voor een werknemer.

Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.