Twijfel over arbeidsongeschiktheid werknemer taboe bij afsluiten VSO
Een werkneemster kwam – nadat zij had meegewerkt aan het beëindigen van haar dienstverband middels een vaststellingsovereenkomst (VSO) – niet in aanmerking voor een Ziektewetuitkering. Pas achteraf bleek namelijk dat zij ziek was. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft recent uitspraak gedaan over deze zaak. Het UWV stelde zich daarbij volgens de CRvB terecht op het standpunt dat de werknemer een benadelingshandeling pleegde door mee te werken aan de VSO. Het beroep van de werkneemster, dat zij dwaalde over haar gezondheidstoestand, werd niet gevolgd. Ook de conclusie van de CRvB, die luidde dat er geen sprake was van goed werkgeverschap, maakte het geheel niet anders.
De financiële gevolgen voor de werkneemster zijn zeer groot. Zij kan namelijk geen aanspraak maken op een ZW-uitkering en ze komt evenmin in aanmerking voor een WW-uitkering. Uit deze uitspraak blijkt dat er extra voorzichtigheid geboden is bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst waarbij arbeidsongeschiktheid van de werknemer aan de orde is. Neem daarbij als werkgever niet te lichtvaardig aan dat de werknemer niet meer arbeidsongeschikt is. De bedrijfsarts speelt in dit proces een cruciale rol. Om de belangen van de werknemer goed te kunnen beschermen bij een VSO, mag er geen twijfel bestaan over de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Zoals de CRvB ook nog aanstipt, past deze zorgvuldigheid bij goed werkgeverschap.
Tip
Is er sprake van arbeidsongeschiktheid van de werknemer of van recent herstel? Betrek dan de bedrijfsarts bij dit proces. Als ondubbelzinnig en ongeclausuleerd de conclusie wordt getrokken dat de werknemer geheel is hersteld, kan er een VSO worden gesloten.
Kun je ondersteuning gebruiken bij een vergelijkbare situatie? Neem dan contact op met mr. Gert-Jan van Dijk via gj.vandijk@fiscount.nl of 038-45 61 900.