Arbeid en Recht

Hoe een door werkgever aangevoerd argument in rechtszaak zich tegen hem keerde

Hoe een door werkgever aangevoerd argument in rechtszaak zich tegen hem keerde

Aan een werknemer was een WGA-uitkering toegekend, die gedurende maximaal 10 jaren aan de werkgever wordt doorbelast. Hetzij via de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas, hetzij via facturen die UWV maandelijks aan de werkgever zendt indien de werkgever eigenrisicodrager is. De werkgever voerde aan dat de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en recht moest hebben op een IVA-uitkering, die niet aan werkgevers wordt doorbelast. De werknemer had een zeer beperkte nierfunctie en stond op de wachtlijst voor een niertransplantatie. De werkgever voerde ook een onderzoek van de Nierstichting aan, waaruit bleek dat 47% na de niertransplantatie niet meer werkzaam is.

 

De hoogste rechter, de Centrale Raad van Beroep, draaide dit laatste argument om. Het bewuste onderzoek van de Nierstichting toonde immers aan dat de meerderheid van de personen (53%) na een niertransplantatie wel weer werkzaam was en dat de transplantatie in dit geval binnen een redelijke termijn kon worden verwacht. Daardoor was de werknemer niet duurzaam arbeidsongeschikt. Het gevolg was dat het argument van de werkgever faalde en dat de WGA-uitkering gedurende maximaal 10 jaren aan de werkgever zal worden doorbelast.

Commentaar

Deze uitspraak toont dat zelfs een deskundige vooraf goed moet afwegen welke argumenten er wel of niet in een rechtszaak worden aangevoerd. Het is niet een kwestie van gewoon alle argumenten aanvoeren, die maar kunnen worden aangereikt. In dit geval bewees de deskundige met zijn argumenten het eigen ongelijk, waardoor de werkgever achterbleef met financieel nadeel. Zelfs in deze situatie kan het financieel nadeel mogelijk worden beperkt door – indien daar aanleiding voor is – periodiek om een herkeuring te vragen.

Dit artikel is geschreven door onze adviseur arbeidsrecht en sociale zekerheid, Ron van Baarlen.